Geschiedenis van freelancen

Freelancen is in de Nederlandse geschiedenis een relatief nieuw begrip. De beroepsbevolking bestaat tegenwoordig voor een groot gedeelte uit freelancers. Toch heeft de overheid het altijd lastig gevonden om deze groep een plekje te geven in haar systemen en beleid. Hier lees je hoe de freelancer in Nederland ontstond.

Letterlijke betekenis van freelancen

Om de letterlijke betekenis van freelancen te ontdekken, duiken we even de geschiedenisboeken in. Het woord freelancen komt van het Engelse woord freelance, dat voor het eerst werd ontdekt in de roman ‘Ivanhoe. Sir Walter Scott schreef het verhaal in 1819. Het verhaal gaat over een huursoldaat uit de middeleeuwen, wiens lans (lance) aan niemand toebehoorde. Hij stelde zijn diensten beschikbaar voor geld: hij was letterlijk een free lancer. Later is het begrip ‘vrije lansiers’ vertaald naar ‘freelancers’ en gebruikt in de Nederlandse taal. Nu betekent het letterlijk: zelfstandige ondernemer zonder vaste arbeidsovereenkomst.

In Nederland noemen we freelancers ook wel vaak zelfstandige zonder personeel, oftewel zzp’er. Maar niet elke zzp’er is een freelancer. Denk bijvoorbeeld aan meubelmakers of taxichauffeurs. Dit zijn weliswaar zelfstandigen zonder personeel, maar ze werken niet op freelance basis. De term freelance wordt vaker in de branches journalistiek, communicatie of vormgeving gebruikt. Het duidt dan op het werk als zzp’er, maar dan voor verschillende opdrachtgevers. De Kamer van Koophandel maakt echter geen onderscheid tussen freelancers en zzp’ers.

Ontstaan van het woord freelancen

Terug naar de geschiedenis van freelancen. De eerste vermelding van de term ‘zelfstandige zonder personeel’ in Nederland was in 1967. Een lezer van het Nieuwsblad van het Noorden vroeg zich af of hij recht had op een uitkering tijdens zijn ziekte en pensioen, aangezien hij werkte als zelfstandige zonder personeel.

In de jaren tachtig werd de term zzp’er voor het eerst geïntroduceerd door de Belastingdienst. Toen waren de zzp’ers voornamelijk bouwvakkers die tijdelijke opdrachten deden. Nederland telde in 1988 slechts 1600 zzp’ers, een jaar later was dit aantal al verdubbeld.

Freelancers erkend door de overheid

In 1986 werd door het tweede kabinet Lubbers de zzp-verklaring VAR (Verklaring ArbeidsRelatie) geïntroduceerd. Bouwvakkers die tijdelijke klussen deden, hoefden door deze verklaring minder premies af te dragen. Slechts enkele honderden mensen vroegen toen zo’n verklaring aan.

In november 1991, tijdens het derde kabinet Lubbers, verscheen de zzp’er weer in de krant door het echtpaar Kuiper. De eerste zzp’ers waren in het begin van de jaren ’90 aan het werk via de onderneming van Ina Kuiper: De Vrije Arbeiders. Zij hielp haar werkloze man aan een nieuwe baan in de bouw via De Vrije Arbeiders. Ina regelde de salarissen, onderhandelde met de opdrachtgevers en zorgde ervoor dat de arbeiders goed uitbetaald kregen. Deze groep heeft toentertijd meegewerkt aan grote opdrachten, zoals de bouw van de Arena en aan de opbouw van hele wijken in Amsterdam en Utrecht.

Uiteindelijk kregen De Vrije Arbeiders een boete van een miljoen gulden door problemen met het GAK (nu UWV). De Vrije Arbeiders werd door de GAK gezien als een soort uitzendbureau dat premies probeert te ontlopen. Iedereen die voor De Vrije Arbeiders werkte, werd een zzp-verklaring ontzegd.

Sommige organisaties vinden zzp'ers moeilijk

Sinds het begin van het fenomeen freelance vinden veel instanties het moeilijk om deze vorm van arbeid een plek te geven in hun beleid en regelgeving. Ons sociaal stelsel is ingericht op mensen die in loondienst zijn, zodat deze automatisch meebetalen aan allerlei belastingen. Op de komst van zzp’ers waren verzekeringsinstanties en de Belastingdienst niet ingericht. Dat ging wringen.

Een explosieve groei aan zzp'ers

In 2001 wil het tweede kabinet Kok een einde maken aan onduidelijke regelgeving. Er komt een wetswijziging voor de VAR-verklaring, waarin duidelijker is vastgelegd wat zzp’ers wel en niet mogen. Er was op de arbeidsmarkt nog geen plek voor zzp’ers, dit leverde veel gedoe op met verzekeringsinstanties en de Belastingdienst. Deze wetswijziging bood zzp’ers fiscale voordelen. Dit zorgde voor een explosie: van 1600 zzp’ers in 1988, naar een half miljoen in 2001.

Het kabinet had de hoop dat de zzp’ers gingen doorgroeien naar mkb’ers en personeel gingen aannemen, maar dit gebeurde niet. Het succes van de zzp’er is sindsdien een probleem voor de politiek geworden. Sinds 1 juli 2008 werd het verplicht voor freelancers om zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel.

In 2016 werd de VAR afgeschaft, omdat er veel misbruik van werd gemaakt. Er waren veel ‘schijnzelfstandigen’: mensen die zich voordeden als freelancer, maar wel onder dezelfde omstandigheden als iemand in loondienst aan het werk waren. De VAR werd gebruikt om loonkosten te besparen door werknemers te dwingen om hun werkzaamheden als zzp’er tegen lagere tarieven te verrichten. De vervanger van de VAR is de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). Dit moest ervoor zorgen dat echte zzp’ers niet werden ontmoedigd, maar dat het misbruik van de voordelen wel werd bestreden.

Tegenwoordig telt Nederland ongeveer een miljoen zzp’ers. Het internet heeft hier zeker aan bijgedragen. Er zijn bijvoorbeeld websites zoals deze, waar veel freelance klussen te vinden zijn. Zo wordt het steeds makkelijker om te gaan freelancen!