Voorstel voor nieuwe zzp-wetgeving neemt het zzp-debat over
Op donderdag 3 april debatteerde de Tweede Kamer over de toekomst van het zelfstandig ondernemerschap in Nederland. Alle sprekers leken het eens te zijn: er moet iets aan de onrust in de markt gedaan worden. Maar de wijze hoe, daar blijft onenigheid over. Vooral omdat in de uren voor het debat een nieuw wetsvoorstel werd geïntroduceerd. In dit artikel zetten we de feiten en afwegingen op een rij. Centraal staan de Wet VBAR, het nieuwe wetsvoorstel, en het verband tussen de nieuwe zzp-wetgeving en de Europese Unie.

Waarom er nu onrust is in de zzp-markt
Sinds 1 januari 2025 is de Belastingdienst weer begonnen met het handhaven op schijnzelfstandigheid. Hoewel er dit jaar nog geen enkele naheffingen zijn opgelegd, worden er inmiddels wel boekenonderzoeken uitgevoerd. Staatssecretaris Van Oostenbruggen meldde in het debat dat het om bijna 600 boekenonderzoeken gaat. In het geval van schijnzelfstandigheid zal dat in de meeste gevallen leiden tot een waarschuwing. Maar hoeveel waarschuwingen er zijn uitgedeeld, is niet bekend.
De Kamer constateert dat de inhuur van zelfstandigen afneemt en dat opdrachtgevers terughoudend zijn geworden. Verschillende onderzoeken tonen aan dat een flink percentage van opdrachtgevers minder zelfstandigen inhuurt of er zelfs helemaal mee is gestopt. Hoewel Van Oostenbruggen dit deels tegenspreekt, geeft ook hij toe dat het om een overgangsfase gaat, waarin gewenning centraal staat. Toch is de toon in de Kamer unaniem: de druk op de markt moet serieus worden genomen.
- Leestip: alles over de verkiezingen 2025 voor zzp'ers
VBAR versus nieuwe zzp-wet
De Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) is het huidige wetsvoorstel van minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze wet stelt een toetsingskader op basis van drie soorten criteria: kenmerken van werknemerschap, zelfstandigheid en ondernemerschap.
Hierbij keek de Belastingdienst eerst naar werknemerschap en zelfstandigheid van de opdracht, en als er dan nog twijfel was over de zelfstandige status werd er naar het ondernemerschap van de zzp’er gekeken.
Na kritiek vanuit de markt en een uitspraak van de Hoge Raad (Uber-arrest) is het voorstel aangepast, zodat ondernemerschap als volwaardig criterium vanaf het begin wordt meegewogen.
Het debat zou initieel over de wet VBAR gaan, maar een paar uur voor het debat lanceerden vier partijen (VVD, D66, CDA en SGP) een alternatief voorstel voor een nieuwe zzp-wetgeving: de Zelfstandigenwet. Dit voorstel komt met een aantal wijzigingen t.o.v. de Wet VBAR. Het voorstel voor de nieuwe zzp-wetgeving:
- Legt meer nadruk op de zelfstandigheid van de zzp'er als primair criterium
- Stelt voor om een onafhankelijke commissie op te richten die de status van zelfstandige kan bevestigen
- Laat ruimte voor eigen invulling van zaken als pensioen en arbeidsongeschiktheid, zolang zzp’ers kunnen aantonen dat ze daar iets voor regelen
Minister Van Hijum liet weten dat hij bereid is om elementen uit het voorstel te overwegen bij toekomstige aanpassingen van de VBAR, maar benadrukte dat het Belgische model waarop de commissie is gebaseerd, geen garantie biedt tegen schijnzelfstandigheid.
De rol van Brussel bij de nieuwe zzp-wetgeving
Wat het debat extra beladen maakt, is de druk vanuit Brussel. De huidige zzp-wetgeving is onderdeel van een mijlpaal in het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP), onderdeel van het Europese coronaherstelfonds. Voor economisch herstel na de coronacrisis presenteerde Nederland het HVP en krijgt daarbij aanspraak op meer dan 5 miljard euro aan subsidie vanuit de Europese Unie. Als de doelen voor het verbeteren van de werkgelegenheid (waar zzp-wetgeving onder valt) vertraagd worden, loopt Nederland het risico om tot € 600 miljoen aan EU-subsidies mis te lopen.
In de context van zzp'ers staat in het Herstel- en veerkrachtplan “De prikkels voor zelfstandigen zonder personeel verminderen en adequate sociale bescherming voor zelfstandigen bevorderen, en schijnzelfstandigheid aanpakken”. Daar worden de volgende drie maatregelen bij vermeldt:
- Verlaging van zelfstandigenaftrek
- Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen
- Schijnzelfstandigheid aanpakken
Zowel Van Hijum als VVD’er Aartsen (een van de initiatiefnemers van het alternatieve voorstel) bevestigden dat de plannen aansluiten bij de Europese hervormingsdoelen. Maar ook dat de ruimte om te schuiven beperkt is. De boodschap is duidelijk: het hervormen van de arbeidsmarkt is niet alleen een binnenlands vraagstuk, maar het heeft ook een Europees element.
Hoe verloopt de handhaving van de zzp-wetgeving tot nu toe?
Het aantal controles lijkt in eerste instantie fors. De Belastingdienst heeft sinds januari 2025 al bijna 600 boekenonderzoeken uitgevoerd, met name in sectoren als zorg, kinderopvang en de intermediaire branche. Er zijn daarentegen nog geen naheffingen of boetes uitgedeeld. Als onderdeel van de zachte landing, die beloofd werd voor 2025, worden er eerst waarschuwingen gegeven. Hoeveel waarschuwingen er precies zijn gegeven, is tot zover onbekend. Voor zzp’ers die werken voor particulieren, zoals huishoudelijke hulpen, bleef het in het debat onduidelijk of zij ook onder de schijnzelfstandigheidsregels vallen.
De staatssecretaris sprak van een 'zachte landing', maar Kamerleden vroegen zich hardop af of het hier niet om een 'stille storm' gaat. De terugloop in opdrachten, onzekerheid bij ondernemers en verwarring over de toepassing van de zzp-wetgeving zijn volgens veel partijen symptomen van een systeem dat te weinig houvast biedt. De komende wijzigingen aan de nieuwe zzp-wetgeving hebben dan ook als doel om te verduidelijken dat het inhuren van zzp’ers gewoon kan.
Standpunten van partijen: verdeeldheid en politieke druk
De politieke verhoudingen rond de zzp-wetgeving zijn opvallend verdeeld. VVD, D66, CDA en SGP zetten vol in op hun eigen wetsvoorstel, dat zij zien als een zzp-vriendelijker alternatief voor de VBAR. NSC en PVV steunen vooralsnog het huidige kabinetsvoorstel, en wijzen op afspraken uit het hoofdlijnenakkoord. GroenLinks/PvdA staat eveneens achter de VBAR. Binnen de coalitie zijn er dus tegengestelde visies, en ook in de Eerste Kamer speelt dit een rol: daar hebben de initiatiefnemers, samen met de VBAR-kritische BBB, wél een meerderheid. Minister Van Hijum staat open voor dialoog, maar benadrukt de noodzaak om te voldoen aan Europese afspraken. De uiteindelijke vorm van de nieuwe zzp-wetgeving en verduidelijking zal het resultaat zijn van politiek schaakspel, met impact tot ver buiten Den Haag.
Wat betekent de nieuwe zzp-wetgeving voor zzp’ers en opdrachtgevers?
Voor zzp’ers en opdrachtgevers is het belangrijkste signaal: er komt verduidelijking aan, maar de definitieve vorm ligt nog niet vast. De Wet VBAR wordt naar verwachting op 1 januari 2026 ingevoerd, maar wordt hoogstwaarschijnlijk nog aangepast. Ook het alternatieve wetsvoorstel wordt serieus genomen. Wat zeker is: de toetsing op schijnzelfstandigheid blijft, en er komen eisen voor zzp'ers op het gebied van sociale zekerheid. Maar de markt krijgt in 2025 de tijd om te wennen aan de nieuwe situatie, te begrijpen dat het risico voor zzp’ers en opdrachtgevers echt wel meevalt, en dat wanneer de zachte landing ten einde komt er meer duidelijkheid zal komen over de criteria van schijnzelfstandigheid.
Voor nu is het van belang om op de hoogte te blijven en waar mogelijk al stappen te zetten. Zorg voor een professionele inrichting van je onderneming, houd rekening met het minimum uurtarief van € 33 en denk alvast goed na over je AOV en pensioen.
Blijf op de hoogte
Bij Freelance.nl volgen we deze ontwikkelingen op de voet. In onze eerdere artikelen lees je alles over de Wet DBA, de VBAR, het rechtsvermoeden en de AOV-plannen. Wij zorgen voor duidelijkheid, context en praktische handvatten. Wil je altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief, waarin we iedere maand het meest relevante nieuws voor zzp’ers en opdrachtgevers delen.
