De Zelfstandigenwet: wanneer is een zzp'er zelfstandig genoeg?
Op 1 oktober 2026 presenteerde het kabinet een nieuwe, flink andere versie van de Zelfstandigenwet. Haal je alle zeven criteria én werk je ook echt zo? Dan weet je vooraf zeker dat je buiten loondienst werkt: je zit in de veilige haven. Zo niet, dan gelden de regels van nu.

Hoe werkt de Zelfstandigenwet?
De Zelfstandigenwet introduceert een veilige haven voor zzp'ers en opdrachtgevers. Zit je in die veilige haven? Dan heb je zekerheid dat je buiten loondienst met elkaar kunt samenwerken.
Om daar te komen, moet je twee toetsen doorstaan: eerst de zelfstandigentoets en daarna de werkrelatietoets. Samen bestaan deze toetsen uit zeven criteria. Alle zeven tellen even zwaar. Je kunt een onvoldoende op het ene criterium dus niet compenseren met een dikke voldoende op het andere.
Voldoet je samenwerking aan alle zeven criteria? Dan ben je binnen: je valt onder de veilige haven van de Zelfstandigenwet. Voldoe je aan één criterium niet? Dan blijf je buiten de haven.
Buiten de haven vallen betekent niet meteen dat je schijnzelfstandige bent. Het betekent dat de huidige situatie van vandaag blijft gelden. Er wordt, bij een controle van de Belastingdienst, naar het totaalplaatje van de samenwerking gekeken, onder andere aan de hand van de Deliveroo-criteria. Je kunt dus nog steeds als zelfstandige werken, maar hebt niet de absolute zekerheid die de Zelfstandigenwet biedt.
De zelfstandigentoets
De zelfstandigentoets draait volledig om de zzp'er zelf. De vraag is simpel: is er in de praktijk echt sprake van zelfstandig ondernemerschap? De opdracht die je uitvoert, speelt bij deze toets nog geen rol. Die komt pas aan bod bij de werkrelatietoets.
De zelfstandigentoets komt daarom altijd als eerste. Voldoe je niet aan deze toets? Dan stopt de beoordeling en val je buiten de veilige haven. Voldoe je wel? Dan kun je dat aantonen bij iedere nieuwe opdrachtgever. Je hoeft de zelfstandigentoets dus niet voor iedere opdracht opnieuw te doorlopen, zolang je aan de voorwaarden blijft voldoen.
Om voor de zelfstandigentoets te slagen, moet je aan drie criteria voldoen:
1. Je hebt minimaal 3 opdrachtgevers
Als zzp'er moet je in het lopende en vorige kalenderjaar samen voor minimaal drie opdrachtgevers hebben gewerkt. Als één opdrachtgever wegvalt, heb je zo nog andere klanten om op terug te vallen.
Die drie opdrachtgevers zijn een harde eis. Even snel twee piepkleine opdrachten aannemen om aan drie te komen, werkt niet: het moet gaan om echte opdrachten die passen bij je onderneming. Hoe groot zo'n opdracht precies moet zijn, staat niet vast. Dat verschilt per situatie.
De duur van een opdracht maakt hier niets uit. Je kunt dus ook jarenlang voor dezelfde opdrachtgever blijven werken, zolang je daarnaast voldoende andere opdrachtgevers hebt om aan de eis te blijven voldoen.
Werk je via een intermediair? Dan is belangrijk met wie je de overeenkomst sluit. Werk je voor één intermediair bij verschillende klanten, dan telt dat als één opdrachtgever. Brengt de intermediair je alleen in contact met klanten en sluit je met iedere klant zelf een overeenkomst? Dan kunnen die klanten wél afzonderlijk meetellen.
2. Je besteedt een minimumbedrag aan risicovoorzieningen
Als zzp'er vangt geen werkgever het op als jij ziek wordt of een fout maakt. Daarom moet je ieder jaar minimaal een bepaald bedrag besteden aan één of meerdere risicovoorzieningen.
Je bepaalt zelf waar je dat geld aan besteedt. Bijvoorbeeld:
- een arbeidsongeschiktheidsverzekering, schenkkring of crowdsurance (zzp'ers die samen een financiële buffer delen)
- pensioenopbouw
- een bedrijfs- of beroepsaansprakelijkheidsverzekering (voor als je werk schade veroorzaakt)
- een bedrijfsschadeverzekering
- een zakelijke rechtsbijstandverzekering
Je hoeft dus niet al deze voorzieningen te hebben. Zolang je met één of meerdere toegestane voorzieningen samen maar aan het minimumbedrag komt.
Een goed gevulde spaarrekening is fijn, maar telt hier niet mee. Ander vermogen ook niet, zoals een huis dat je later als pensioenpot wilt gebruiken.
Wat nog niet vaststaat: hoe hoog het minimumbedrag wordt en welke voorzieningen precies meetellen. De regering wil één vast bedrag voor alle zelfstandigen, maar moet de hoogte nog bepalen. Zie het lijstje hierboven dus als indicatie, niet als definitieve lijst.
3. Je voldoet aan de basisvoorwaarden van zelfstandigheid
Het derde criterium gaat over de basis van je bedrijfsvoering. Om hiervoor te slagen, moet je aan alle voorwaarden voldoen die de regering hiervoor wil vastleggen:
- Je staat als zelfstandig ondernemer ingeschreven bij de KvK of een vergelijkbaar buitenlands handelsregister
- Je hebt een actief btw-nummer
- Je hebt een zakelijke rekening óf een aparte privérekening die je vooral voor je bedrijf gebruikt
- Je factureert je opdrachtgevers namens je bedrijf
- Je werkt met een betalingstermijn, bijvoorbeeld 30 dagen
- Je doet vanuit je bedrijf betalingen aan andere partijen en bent zelf verantwoordelijk als je te laat betaalt
- Je hoeft overigens niet letterlijk zelf achter Excel te kruipen om een factuur te maken. Factureren mag ook via een andere partij of via je opdrachtgever, zolang de factuur namens jouw bedrijf wordt verstuurd en jij verantwoordelijk blijft voor de juistheid ervan.
Ook deze voorwaarden worden later nog definitief uitgewerkt.
De werkrelatietoets
Ben je door de zelfstandigentoets heen? Dan volgt de werkrelatietoets. Waar de eerste toets over jou als zzp'er gaat, kijkt deze tweede toets naar de concrete opdracht en de samenwerking met je opdrachtgever.
Je kunt namelijk prima een echte ondernemer zijn, maar binnen één opdracht alsnog werken op een manier die te veel op loondienst lijkt. Daarvoor bestaat deze werkrelatietoets.
Daarvoor wordt de samenwerking langs vier criteria gelegd. Voldoe je ook aan deze vier? Dan heb je beide toetsen doorstaan en zit je voor deze opdracht in de veilige haven van de Zelfstandigenwet.
De vier criteria van de werkrelatietoets zijn:
4. Beide partijen willen dat er op zzp-basis wordt gewerkt
Jij én je opdrachtgever moeten er bewust voor kiezen om als zelfstandige en opdrachtgever samen te werken. Het is verstandig om dat vast te leggen in een overeenkomst van opdracht, het contract voor de klus. Maar een handtekening is niet genoeg: ook in de praktijk moet het zo werken.
Het helpt als er als gelijkwaardige partijen afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld door te onderhandelen over het tarief. En jullie moeten allebei weten wat de keuze voor zzp inhoudt. Jij weet dat je geen recht hebt op werknemersverzekeringen. Je opdrachtgever weet dat hij niet de zeggenschap over jouw werk heeft die een werkgever heeft.
Staat er "zzp" in het contract, maar werken jullie in de praktijk als werkgever en werknemer? Dan voldoe je niet aan dit criterium, hoe mooi je contract ook is.
5. Je hebt de vrijheid om je werk vorm te geven
Als zzp'er bepaal je zelf hoe je de afgesproken opdracht uitvoert. Je opdrachtgever mag bepalen welk resultaat je oplevert, maar niet voorschrijven hoe je daar komt. Een schilder kan de opdracht krijgen om een muur blauw en streeploos op te leveren, maar kiest zelf welke roller hij pakt en in welke volgorde hij werkt.
Die vrijheid moet er echt zijn. Het is dus niet genoeg dat je opdrachtgever toevallig geen instructies geeft: hij mag ook niet het recht hebben om te bepalen hoe jij werkt.
Dat betekent niet dat elke regel verboden is. Algemene veiligheidsregels (denk aan een helm op de bouwplaats), wettelijke voorschriften en eisen die voor een hele sector gelden, mogen gewoon blijven bestaan. Ook mag je vrijwillig aanschuiven bij een teamoverleg. Verplichte interne overleggen of structurele controle op hoe jij je werk doet, passen daar niet bij.
6. Je hebt de vrijheid om je werktijden en werkplek te bepalen
Waar en wanneer je werkt, bepaal je in principe zelf. Je mag daar afspraken over maken met je opdrachtgever, maar de uiteindelijke keuze moet bij jou liggen.
Soms bepaalt de opdracht zelf waar of wanneer je moet werken. Een bouwvakker kan moeilijk vanuit huis een appartementencomplex bouwen en een artiest kan niet zelf bepalen wanneer hij op een festival optreedt. Zulke beperkingen die bij het werk horen zijn geen probleem.
Anders wordt het als je opdrachtgever zonder noodzaak bepaalt dat je bijvoorbeeld iedere dag tussen 10.00 en 13.00 uur aanwezig moet zijn of je werk verplicht op kantoor moet uitvoeren. Dan heb je niet meer de vrijheid om je eigen werktijden of werkplek te bepalen.
7. Je werkt voor eigen risico en rekening
Bij zelfstandig werken horen niet alleen de voordelen: je loopt ook financieel risico als het tegenzit. Je kunt bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor schade, extra kosten of werk dat nodig is om het afgesproken resultaat te halen.
Daar staat tegenover dat je zelf profiteert van slim en efficiënt werken. Spreek je een vaste prijs af en ben je sneller klaar dan verwacht? Dan verdien je per uur meer. Kost de klus juist meer tijd? Dan is dat jouw risico.
Alleen uren schrijven tegen een vast uurtarief past daarom niet bij dit criterium: je krijgt elk gewerkt uur betaald en loopt nauwelijks risico. Een uitzondering kan gelden als je naast die betaalde uren veel noodzakelijke voorbereiding doet die je niet per uur factureert.

Garandeert de nieuwe Zelfstandigenwet dat er geen schijnzelfstandigheid is?
Ja, maar op twee voorwaarden: je voldoet aan alle zeven criteria én je werkt in de praktijk ook zo samen. Dan weet je zeker dat er voor die opdracht geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De Memorie van Toelichting zegt het zelfs zo: je kunt dan als zelfstandige werken "zonder dat je achteraf hoeft te vrezen voor herkwalificatie". Oftewel: niemand kan achteraf nog beweren dat je eigenlijk werknemer was.
Zeven vinkjes vooraf zijn dus niet genoeg. Bij de Zelfstandigenwet geldt: wezen gaat voor schijn. De feitelijke uitvoering telt, niet wat er op papier staat.
Stel: in je overeenkomst staat dat je zelf bepaalt hoe je werkt, maar elke ochtend krijg je van je opdrachtgever een lijstje met wat je die dag moet doen. Dan voldoe je in de praktijk niet aan dat criterium en vervalt de garantie.
Hoe toon je aan dat je aan de Zelfstandigenwet voldoet?
Zzp'er en opdrachtgever moeten zelf kunnen aantonen dat ze aan de zeven criteria voldoen. Voor de zelfstandigentoets levert de zzp'er daarvoor bewijs aan, bijvoorbeeld facturen van verschillende opdrachtgevers of bewijs van de voorzieningen waarvoor hij betaalt. De opdrachtgever bewaart dit in zijn administratie.
Het kabinet wil voorkomen dat je daarvoor bij iedere opdracht opnieuw je administratie moet delen. Daarom komt er mogelijk een vrijwillige derdenverklaring. Een accountant of belastingadviseur controleert dan of je aan de zelfstandigentoets voldoet. Met die verklaring kun je vervolgens ook bij andere opdrachtgevers aantonen dat je de toets hebt doorstaan.
Verandert je situatie? Dan moet je opnieuw controleren of je nog voldoet. Heb je bijvoorbeeld niet langer drie opdrachtgevers binnen het lopende en vorige kalenderjaar, dan vervalt de veilige haven. Hoe vaak je dit moet controleren, staat niet vast.
De werkrelatietoets moet je bij iedere opdracht opnieuw doorlopen. Daar neem je de afspraken op in de overeenkomst van opdracht, maar blijft de praktijk doorslaggevend.
Wat is er veranderd in het nieuwe wetsvoorstel?
Het eerste voorstel uit 2025 probeerde vooral een scherpe grens te trekken tussen zelfstandigheid en schijnzelfstandigheid. Aan de hand van een aantal criteria moest duidelijk worden aan welke kant van die grens een samenwerking viel.
De versie uit 2026 kiest een andere route. Niet de grens staat centraal, maar de veilige haven. Haal je alle zeven criteria en werk je ook echt zo, dan heb je zekerheid. Haal je ze niet, dan ben je niet meteen schijnzelfstandig, maar val je terug op de huidige regels.
Door die andere aanpak is er veel veranderd. Dit zijn de belangrijkste verschillen:
Geen sectoraal rechtsvermoeden
In het eerste voorstel konden sectoren met een groter risico op schijnzelfstandigheid, zoals de bouw en de schoonmaak, eigen extra criteria krijgen. Voldeed je aan meer dan de helft daarvan? Dan ging de wet ervan uit dat je werknemer was, en moest je opdrachtgever het tegendeel bewijzen. Dat sectorale rechtsvermoeden is geschrapt. Waarom, is nog niet toegelicht.
Wat er wél komt, is een rechtsvermoeden voor zzp'ers met een laag uurtarief van €39 of minder. Dat zit niet in de Zelfstandigenwet, maar in een aparte wet die al is aangenomen en op 31 december 2026 ingaat. Stel je als zzp'er met een laag tarief dat je eigenlijk werknemer bent? Dan moet je opdrachtgever bewijzen dat je écht zelfstandig werkt. Het is dus geen verplicht minimumtarief: je mag nog onder de grens werken, maar je opdrachtgever neemt er een risico mee.
Geen veilige haven? Terug naar Deliveroo-criteria
De Zelfstandigenwet vervangt de huidige Deliveroo-criteria niet. Voldoe je niet aan alle zeven criteria voor de veilige haven? Dan wordt nog steeds aan de hand van de Deliveroo-criteria naar het totaalplaatje van de samenwerking gekeken. Je bent dus niet automatisch werknemer als je buiten de veilige haven valt.
Geen toetsingscommissie
In het oude voorstel zou een speciale toetsingscommissie worden opgericht. Zzp'ers en opdrachtgevers konden hun samenwerking daar vooraf of tijdens de opdracht laten beoordelen. Het oordeel was vervolgens bindend voor instanties zoals de Belastingdienst en het UWV.
Ook die commissie is uit het nieuwe voorstel verdwenen. Partijen moeten nu zelf beoordelen of ze aan de Zelfstandigenwet voldoen en dat kunnen onderbouwen. Waarom de commissie is geschrapt, is nog niet verhelderd. De Memorie van Toelichting vermeldt alleen dat deze niet terugkomt in het nieuwe voorstel.
Actuele status van de Zelfstandigenwet
De Zelfstandigenwet is op dit moment nog een wetsvoorstel. Sinds 1 oktober 2026 ligt deze nieuwe wet in internetconsultatie: een openbare ronde waarin iedereen online kan reageren op het concept, van zzp'ers en opdrachtgevers tot brancheorganisaties. Dat kan nog tot en met 29 oktober via Internetconsultatie.nl.
Dit is de tweede internetconsultatie van het wetsvoorstel. De eerste internetconsultatie vond plaats in 2025, over de oorspronkelijke versie van het voorstel.
Op basis van die reacties kan het kabinet het voorstel nog aanpassen. Ook moet het Adviescollege toetsing regeldruk beoordelen welke gevolgen de wet heeft voor de regeldruk. Daarna moet het langs de Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, en vervolgens wordt het behandeld door de Tweede en Eerste Kamer. Pas als beide Kamers instemmen, is de wet definitief.
Het kabinet wil dat de wet in januari 2028 ingaat. Dat is een streven, geen zekerheid: onderweg kan het voorstel nog veranderen of vertraging oplopen.
Waarom is de Zelfstandigenwet nodig?
De Zelfstandigenwet moet een einde maken aan de jarenlange onduidelijkheid over schijnzelfstandigheid. Sinds de Belastingdienst in 2025 weer volledig handhaaft op de Wet DBA, zijn veel opdrachtgevers voorzichtiger geworden met het inhuren van zzp'ers.
Een belangrijke oorzaak van die vaak onnodige terughoudendheid is dat vooraf vaak moeilijk te bepalen is wanneer iemand écht zelfstandig werkt. De huidige Deliveroo-criteria worden als totaalplaatje beoordeeld, waardoor er geen harde grens bestaat tussen zelfstandigheid en loondienst.
In april 2025 kwamen VVD, D66, CDA en SGP daarom met de Zelfstandigenwet als alternatief voor de Wet VBAR, waarmee het toenmalige kabinet die grens juist duidelijker probeerde te maken. De VBAR kreeg veel kritiek, terwijl de Zelfstandigenwet positiever werd ontvangen door verschillende zzp-organisaties en een deel van de Tweede Kamer. Ook uit onderzoek van Freelance.nl bleek meer steun voor de Zelfstandigenwet dan voor de VBAR.
De oorspronkelijke Zelfstandigenwet kwam in 2025 van Tweede Kamerleden van VVD, D66, CDA en SGP, onder wie de huidige minister Thierry Aartsen. Als minister van Werk en Participatie is Aartsen nu verantwoordelijk voor deze nieuwe versie.
Wat betekent deze Zelfstandigenwet voor zzp'ers?
Gaat de Zelfstandigenwet in 2028 in deze vorm door? Dan zullen sommige zzp'ers hun manier van werken behoorlijk moeten aanpassen om van de veilige haven gebruik te maken. Vooral deze veranderingen kunnen impact hebben:
- Je kunt niet volledig afhankelijk blijven van één opdrachtgever. Ook als je jarenlang probleemloos voor één grote klant werkt, heb je minimaal drie echte opdrachtgevers nodig om in de veilige haven te komen.
- Simpelweg ieder gewerkt uur declareren is niet genoeg. Je moet financieel kunnen profiteren als je efficiënter werkt én risico lopen als een opdracht tegenvalt. Werken met een afgesproken resultaat of vaste prijs kan daardoor belangrijker worden.
- Een flinke spaarbuffer telt niet als risicovoorziening. Je moet daadwerkelijk een minimumbedrag besteden aan toegestane voorzieningen, bijvoorbeeld voor arbeidsongeschiktheid, pensioen of aansprakelijkheid.
| - Je moet je bedrijfsvoering op een aantal punten formaliseren. Een KvK-inschrijving en btw-nummer hebben de meeste zzp'ers al, maar de veilige haven stelt ook eisen aan bijvoorbeeld een aparte rekening voor zakelijke transacties, facturering en betalingstermijnen.
Daarnaast hangt het niet alleen van jou af. De werkrelatietoets gaat over de samenwerking per opdracht. Je kunt alles op orde hebben en toch buiten de haven vallen, als je opdrachtgever je vaste tijden of aansturing oplegt. Praat er dus vooraf over.
Wat betekent deze Zelfstandigenwet voor opdrachtgevers?
Ook voor opdrachtgevers verandert er het nodige als de Zelfstandigenwet in deze vorm doorgaat. Vooral bij het inhuren en vormgeven van opdrachten wordt een aantal zaken belangrijker:
- Je moet controleren of een zzp'er aan de zelfstandigentoets voldoet. Denk aan het aantal opdrachtgevers, de risicovoorzieningen en de basisvoorwaarden. Je kunt daarbij mogelijk gebruikmaken van de vrijwillige derdenverklaring, zodat je niet zelf alle onderliggende gegevens hoeft op te vragen.
- Opdrachten puur op basis van gewerkte uren worden lastiger. Een zzp'er zes maanden voor 20 uur per week inhuren en ieder gewerkt uur betalen, past volgens de Memorie van Toelichting niet binnen de veilige haven. De opdracht moet zo zijn ingericht dat de zzp'er ook financieel voordeel én risico kan hebben.
- Je krijgt meer zekerheid vooraf. Dat is misschien wel de grootste winst voor opdrachtgevers. Voldoe je samen aan alle zeven criteria en blijf je zo werken? Dan weet je dat de opdracht buiten loondienst valt. Je hoeft dus niet meer af te wachten hoe de volledige arbeidsrelatie achteraf wordt beoordeeld.
- Je moet tijdens langere opdrachten blijven opletten. Langere opdrachten mogen, maar verandert de situatie van de zzp'er of gaan jullie in de praktijk anders samenwerken? Dan kan de veilige haven verdwijnen. De regering verwacht daarom dat beide partijen tijdens langere samenwerkingen af en toe controleren of ze nog aan de voorwaarden voldoen.
Veelgestelde vragen over de Zelfstandigenwet
1. Wanneer gaat de wet in?
Het kabinet wil dat de Zelfstandigenwet in januari 2028 ingaat. De wet is nog niet definitief. Het voorstel moet eerst door de internetconsultatie, langs verschillende adviesorganen en vervolgens worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.
2. Hoeveel opdrachtgevers moet je hebben volgens de Zelfstandigenwet?
Je moet in het lopende en vorige kalenderjaar samen minimaal drie opdrachtgevers hebben gehad. Het moet daarbij gaan om echte opdrachten die passen bij je onderneming. Een paar kleine klusjes aannemen alleen om aan drie opdrachtgevers te komen, is niet genoeg.
3. Wat gebeurt er als je niet aan de wet voldoet?
Dan ben je niet automatisch schijnzelfstandige of werknemer. Je valt alleen buiten de veilige haven van de Zelfstandigenwet. Of er sprake is van een arbeidsovereenkomst wordt dan beoordeeld volgens de huidige regels, waarbij naar het totaalplaatje van de samenwerking wordt gekeken.
4. Wat is de zelfstandigentoets?
De zelfstandigentoets bepaalt of je als zzp'er zelfstandig ondernemerschap laat zien. Daarvoor moet je minimaal drie opdrachtgevers hebben, voldoende besteden aan risicovoorzieningen en voldoen aan een aantal basisvoorwaarden voor zelfstandigheid.
5. Wat is de werkrelatietoets?
De werkrelatietoets kijkt naar de concrete opdracht en de samenwerking met je opdrachtgever. Je moet bewust kiezen voor werken op zzp-basis, vrijheid hebben over hoe, waar en wanneer je werkt en voor eigen rekening en risico werken. Pas als je ook aan deze toets voldoet, valt de opdracht in de veilige haven.
6. Wat is de veilige haven van de Zelfstandigenwet?
De veilige haven geeft zzp'ers en opdrachtgevers vooraf zekerheid dat ze buiten loondienst kunnen samenwerken. Voldoe je aan alle zeven criteria van de zelfstandigentoets en werkrelatietoets én werk je in de praktijk ook zo? Dan kan die opdracht niet als arbeidsovereenkomst worden aangemerkt.

