Dit was Prinsjesdag 2026 voor zzp'ers en opdrachtgevers
“Het kabinet komt onder andere met een nieuwe Zelfstandigenwet die zzp'ers de ruimte geeft om te ondernemen, maar schijnzelfstandigheid tegengaat”, zei koning Willem-Alexander tijdens de Troonrede. Prinsjesdag 2026 bracht verschillende plannen die zzp'ers, opdrachtgevers en de bredere flexmarkt raken. Maar niet alles is nieuw en niet ieder voorstel staat al vast. We zetten de belangrijkste veranderingen op een rij.

Wat gaat er veranderen?
Zelfstandigenaftrek daalt verder naar €900
De zelfstandigenaftrek gaat in 2027 verder omlaag. Zzp'ers die aan de voorwaarden voldoen, mogen volgend jaar nog €900 van hun winst aftrekken. In 2026 is dat nog €1.200.
Deze verlaging is niks nieuws. De zelfstandigenaftrek wordt al jaren stap voor stap afgebouwd en de daling naar €900 in 2027 stond al vast. Het doel daarvan is om de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner te maken. Er zijn nog geen plannen om de zelfstandigenaftrek verder af te bouwen.
Startersaftrek verdwijnt
De startersaftrek wordt afgeschaft. Startende ondernemers kunnen nu nog €2.123 extra van hun winst aftrekken via de startersaftrek. Dat belastingvoordeel kun je onder voorwaarden meerdere keren gebruiken in de eerste jaren van je onderneming.
Het kabinet kondigde eerder dit jaar al aan dat het de regeling wilde afschaffen. In het Belastingplan 2027 is dat plan nu verder uitgewerkt. De startersaftrek daalt in 2027 naar een symbolische €10 en verdwijnt vanaf 2028 helemaal. Ook ondernemers die al zijn gestart en nog recht hebben op de startersaftrek, kunnen vanaf 2027 niet meer van het huidige belastingvoordeel gebruikmaken.
Belasting op inkomen verandert in 2027
Ook de inkomstenbelasting verandert in 2027. De tarieven in de eerste twee belastingschijven komen volgens de plannen uit op 36,23% en 38,16%. Dat is iets hoger dan in 2026, maar wel lager dan eerder voor 2027 was voorzien.
Maar daarbij gaat de arbeidskorting omhoog. Dat is een belastingkorting voor iedereen met inkomen uit werk, en dus ook voor zzp'ers. Hoeveel je uiteindelijk meer of minder belasting betaalt, hangt daardoor af van je inkomen en persoonlijke situatie.
Rijk wil externe inhuur terugbrengen naar 10%
Het Rijk wil minder gebruikmaken van externe inhuur. Het doel is om maximaal 10% van de totale personeelsuitgaven aan extern personeel te besteden. In 2025 daalde het aandeel externe inhuur voor het eerst in jaren, van 15,4% naar 13,1%. Daarmee kwam de Rijksoverheid dichter bij de norm van 10%, maar die wordt nog altijd niet gehaald.
Ook dit voornemen is niet nieuw. De zogenoemde Roemernorm van 10% bestaat al sinds 2010 en het kabinet kondigde eerder aan de externe inhuur verder te willen terugdringen. De plannen voor een kleinere en efficiëntere Rijksoverheid zetten die lijn voort.
Vooral bij ICT blijft de behoefte aan externe expertise groot. In 2023 was ICT-inhuur zelfs goed voor 44% van alle externe inhuur van het Rijk.
Arbeidsmarktbezuinigingen worden afgezwakt of uitgesteld
Een aantal eerder aangekondigde bezuinigingen op de arbeidsmarkt en sociale zekerheid gaat voorlopig niet door. Zo schrapt het kabinet het plan om het maximumdagloon met 20% te verlagen. Dat bedrag bepaalt onder andere de maximale hoogte van een WW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Andere maatregelen worden een jaar uitgesteld. De geplande verkorting van de WW-duur van 24 naar 12 maanden gaat daardoor niet in 2028, maar op zijn vroegst vanaf 1 januari 2029 gelden. Ook andere bezuinigingen die voor 2027 gepland stonden, waaronder veranderingen rond de compensatie van de transitievergoeding voor werkgevers, worden doorgeschoven.
Met deze aanpassingen wil het kabinet ruimte maken voor overleg met werkgevers en vakbonden over de toekomst van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. De uitkomst van dat overleg kan uiteindelijk leiden tot andere plannen dan eerder waren aangekondigd.
Nog weinig is zeker na Prinsjesdag
De plannen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd, zijn nog niet automatisch definitief. Nieuwe wetsvoorstellen en het Belastingplan 2027 moeten eerst worden behandeld door de Tweede en Eerste Kamer. Tijdens die behandeling kunnen plannen nog worden aangepast, uitgesteld of helemaal worden geschrapt.
Dat is dit jaar extra relevant, omdat het kabinet geen meerderheid heeft in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Voor veel voorstellen is dus steun van andere partijen nodig.
Dat betekent niet dat alle veranderingen die we hierboven noemen nog onzeker zijn. Sommige maatregelen waren al eerder vastgelegd. Wat al wel vaststaat, is:
- De afbouw van de zelfstandigenaftrek
- Het schrappen van de geplande verlaging van het maximumdagloon
- De bestaande 10%-norm voor externe inhuur bij het Rijk
Waar staat de wetgeving rond zzp en flex nu?
Dat er deze Prinsjesdag voor zzp'ers en opdrachtgevers niet veel verandert, betekent niet dat er niet over wordt gesproken. Er lopen meerdere wetgevingstrajecten die relevant zijn voor de hele flexmarkt. Sommige daarvan zijn al aangenomen, andere zitten nog in voorbereiding of behandeling.
Zelfstandigenwet
Het kabinet werkt verder aan een Zelfstandigenwet die duidelijker moet maken wanneer iemand als zelfstandige kan werken en wanneer er sprake is van loondienst. De wet komt in de plaats van het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR, dat het kabinet eerder dit jaar heeft geschrapt.
Het plan is om met twee toetsen te werken. Een zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer zelf, terwijl een werkrelatietoets kijkt naar de manier waarop een specifieke opdracht wordt uitgevoerd. Als aan beide toetsen wordt voldaan, moet vooraf duidelijker zijn dat iemand als zelfstandige kan werken.
De Zelfstandigenwet bestaat al langer als initiatiefvoorstel en ging in 2025 al in internetconsultatie. Het kabinet werkt dat voorstel nu verder uit. Eind september 2026 wordt de nieuwe versie verwacht. De behandeling in de Tweede en Eerste Kamer staat gepland voor 2027. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028.
Rechtsvermoeden bij laag uurtarief
Vanaf 31 december 2026 krijgen zzp'ers met een laag uurtarief een sterkere rechtspositie. Wie minder verdient dan de geldende tariefgrens, kan zich beroepen op het rechtsvermoeden dat er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Doet een zzp'er daar een beroep op, dan moet de opdrachtgever aantonen dat er toch echt als zelfstandige wordt gewerkt. Lukt dat niet, dan kan de werkende aanspraak maken op de rechten die bij een arbeidsovereenkomst horen.
Het minimumtarief verandert mee met het minimumloon, en staat op 31 december naar verwachting op €39.
Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ)
Met de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) wil het kabinet een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering invoeren voor zelfstandige ondernemers. De verzekering is bedoeld voor ondernemers die winst uit onderneming hebben. Wie al een private arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft die aan de voorwaarden voldoet, kan buiten de publieke verzekering vallen.
Volgens het huidige voorstel bedraagt de premie 5,4% van de winst, met een maximum van ongeveer €171 bruto per maand. Wie arbeidsongeschikt raakt, krijgt na een wachttijd van twee jaar 70% van het eerdere inkomen uitgekeerd, tot maximaal het minimumloon. De premie en bedragen kunnen nog veranderen.
Het wetsvoorstel ligt sinds maart 2026 bij de Tweede Kamer en wordt daar momenteel behandeld. De wet is dus nog niet aangenomen en er is nog geen definitieve ingangsdatum. Ook na goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer duurt het naar verwachting nog enkele jaren voordat de verzekering daadwerkelijk kan worden ingevoerd.
Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA)
De WTTA voert strengere regels in voor bedrijven die personeel uitlenen, zoals uitzendbureaus en detacheerders. Zij moeten straks officieel worden toegelaten tot de uitleenmarkt en aan verschillende voorwaarden voldoen.
Vanaf 1 januari 2027 start het toelatingsstelsel. Vanaf 1 januari 2028 mogen organisaties alleen nog personeel inhuren via een toegelaten uitlener en gaat de Arbeidsinspectie hierop handhaven.
De wet geldt niet voor opdrachtgevers die rechtstreeks een zelfstandige inhuren, maar is wel relevant voor organisaties die met detacheerders of uitzendbureaus werken.
Wet meer zekerheid flexwerkers
De Wet meer zekerheid flexwerkers moet werknemers met een flexibel contract meer zekerheid geven over hun werk en inkomen. Zo worden nulurencontracten grotendeels vervangen door contracten met een vast minimumaantal uren en worden de regels voor tijdelijke contracten strenger.
Ook voor uitzendkrachten verandert er het nodige. Zij krijgen recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als werknemers die rechtstreeks bij een organisatie in dienst zijn. Dit onderdeel gaat al op 31 december 2026 in.
De rest van de wet treedt op 1 januari 2028 in werking. De wet is inmiddels aangenomen door zowel de Tweede als de Eerste Kamer.
Prinsjesdag en zzp: veel plannen, weinig directe verandering
Prinsjesdag 2026 brengt voor zzp'ers en opdrachtgevers een aantal concrete veranderingen, maar geen grote koerswijziging. Veel fiscale maatregelen bouwen voort op eerder beleid en een deel van de nieuwe plannen moet nog door de Tweede en Eerste Kamer.
De grootste veranderingen voor de flexmarkt komen de komende jaren waarschijnlijk uit de wetgeving die al in beweging was. De Zelfstandigenwet, het rechtsvermoeden bij lage tarieven, de BAZ en nieuwe regels voor uitzend- en flexwerk gaan allemaal invloed hebben op de manier waarop zelfstandigen en andere flexwerkers worden ingezet. Voor freelancers én opdrachtgevers blijft het daarom belangrijk om niet alleen naar Prinsjesdag te kijken, maar vooral naar wat er in 2027 en 2028 daadwerkelijk in werking treedt.
