Wat is de boete van schijnzelfstandigheid voor zzp'ers en opdrachtgevers?

23 december 2025Stefan Postma

Schijnzelfstandigheid, of een verkapt dienstverband, houdt in dat een zzp'er als vaste werknemer wordt behandeld door een werkgever, wat ongelijke arbeidsvoorwaarden veroorzaakt en de Belastingdienst inkomen doet mislopen. Daarom is er nu de Wet DBA, die financiële gevolgen oplegt als er sprake is van schijnzelfstandigheid. Maar wat zijn die gevolgen precies?

Wat zijn de gevolgen van schijnzelfstandigheid?

Als een zzp’er werkt in een verkapt dienstverband, betaalt de opdrachtgever geen loonheffingen over het inkomen van de zzp’er, terwijl er feitelijk sprake is van loondienst. Dat leidt tot oneerlijke concurrentie, maar ook voor de inkomsten van de Belastingdienst is het een probleem.

Sinds 2016 beoogt de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) daar een stokje voor te steken, door het opleggen van boetes en naheffingen wanneer schijnzelfstandigheid wordt geconstateerd. Omdat de wet voor veel onrust zorgde, werd de handhaving kort daarna gestaakt. Sinds januari 2025, ruim acht jaar later, wordt er weer gehandhaafd.

De gevolgen van schijnzelfstandigheid zijn met name:

  • Verzuim- en vergrijpboetes voor de opdrachtgever
  • Naheffingen voor niet-betaalde belastingen en sociale premies
  • Verlies van fiscale voordelen voor zzp’ers, zoals de zelfstandigenaftrek
  • Mogelijke terugvordering van premies en aftrekposten bij zzp’ers

Hoe hoog is de boete voor schijnzelfstandigheid?

Belangrijk om te weten is dat zzp’ers zelf geen boetes krijgen bij schijnzelfstandigheid. De verantwoordelijkheid voor een correcte arbeidsrelatie ligt voornamelijk bij de opdrachtgever. In een later deel van dit artikel bespreken we de fiscale gevolgen voor zzp’ers.

Wanneer de Belastingdienst constateert dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, krijgt de opdrachtgever meestal eerst een bedrijfsbezoek. Dat geldt als een adviserend gesprek en als waarschuwing. Wordt er daarna te weinig gedaan om de situatie te verbeteren, dan volgt een boekenonderzoek: een strengere controle waarna boetes en naheffingen kunnen volgen. Er zijn twee soorten boetes: verzuimboetes en vergrijpboetes.

Verzuimboete

Een verzuimboete krijgt de opdrachtgever als er te weinig wordt gedaan om schijnzelfstandigheid te verhelpen, of als dat te lang duurt. Zo’n boete ligt tussen de 3% en 10% van de opgelegde naheffing, met een maximum van € 6.709,-.

Let op: in 2026 worden er nog geen verzuimboetes opgelegd. De zachte landing op de Wet DBA is verlengd tot 2027.

Vergrijpboete

Een vergrijpboete wordt opgelegd als er sprake is van opzet of grove schuld: bijvoorbeeld wanneer een opdrachtgever bewust schijnzelfstandigen inzet. Een vergrijpboete ligt tussen de 10% en 100% van de opgelegde naheffingen. Deze boetes kunnen in 2026 al wél worden opgelegd.

Naheffingen

Wanneer werk dat feitelijk alleen door een werknemer mag worden uitgevoerd toch door een zzp’er wordt gedaan, loopt de Belastingdienst inkomsten mis. Die moeten achteraf alsnog worden betaald (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025). Dat is meestal de grootste financiële consequentie van schijnzelfstandigheid, en bepaalt ook hoe hoog een eventuele boete kan uitvallen.

Het gaat daarbij onder andere om:

  • Loonbelasting
  • Premies volksverzekeringen
  • Premies werknemersverzekeringen
  • Werkgeversheffing Zvw
  • En eventueel pensioenpremies

In eerste instantie worden deze naheffingen bij de opdrachtgever neergelegd. Die moet ze betalen. In sommige gevallen mag een deel worden verhaald op de zzp’er, bijvoorbeeld bij de loonbelasting. Dat is immers belasting van de werkende. Heeft de zzp’er al inkomstenbelasting betaald? Dan wordt daar in principe rekening mee gehouden. Er hoeft niet dubbel belasting te worden betaald.

Hoe hoog een naheffing precies is, verschilt sterk per situatie. Het hangt onder andere af van het tarief van de zzp’er(s), de lengte van opdrachten, het aantal ingehuurde zzp’ers en de sector. Als vuistregel kun je rekening houden met ongeveer 20% tot 30% van het betaalde brutoloon van de zzp’er(s). Dat is slechts een indicatie.

Is er een boete voor schijnzelfstandigheid voor zzp’ers?

Nee, zzp’ers krijgen zelf geen boete opgelegd als er sprake is van schijnzelfstandigheid. De financiële verantwoordelijkheid ligt vooral bij de opdrachtgever. Maar dat betekent niet dat je als zzp’er helemaal zonder gevolgen zit.

Ten eerste kan een opdrachtgever in sommige gevallen een deel van de naheffingen op de zzp’er verhalen. Dat gaat dan om de loonbelasting. Heb je deze al betaald via de inkomstenbelasting? Dan wordt daar in principe rekening mee gehouden en is er geen sprake van dubbele belasting.

Ten tweede kan de Belastingdienst je inkomsten niet langer als winst uit onderneming, maar als loon bestempelen. Je aangifte moet dan worden gecorrigeerd, wat kan betekenen dat je alsnog belasting moet terugbetalen.

Tot slot tellen de uren die je hebt besteed aan een schijnzelfstandige opdracht niet meer mee voor het urencriterium. Dat kan ervoor zorgen dat je aan het einde van het jaar niet meer aan de vereiste 1.225 uur komt. In dat geval verlies je het recht op fiscale aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek.

Zachte landing voor de Wet DBA

Eind 2024 werd besloten dat er een zachte landing zou komen voor de handhaving in 2025, omdat de criteria voor schijnzelfstandigheid voor veel partijen nog onduidelijk waren. In 2025 werden daarom nog geen boetes opgelegd en kregen opdrachtgevers altijd eerst een waarschuwing in de vorm van een bedrijfsbezoek. In de loop van dat jaar zou er meer duidelijkheid moeten komen, zodat de Belastingdienst vanaf 2026 volledig kon handhaven.

Die duidelijkheid laat echter nog steeds op zich wachten. Daarom is op het laatste moment besloten dat de zachte landing deels wordt verlengd. In 2026 kunnen wél vergrijpboetes worden opgelegd, maar nog geen verzuimboetes. Ook zal de Belastingdienst in 2026 eerst waarschuwen via een bedrijfsbezoek voordat er strengere maatregelen volgen.

Het doel blijft dat er meer duidelijkheid komt via nieuwe wetgeving, zoals de Wet VBAR of de Zelfstandigenwet. Het idee is dat daarna, vanaf 2027, volledig gehandhaafd kan worden.

Update februari 2026: In het coalitieakkoord van Kabinet Jetten staat dat de Zelfstandigenwet wordt ingevoerd, en de VBAR voornamelijk wordt geschrapt. Alleen het gedeelte van de VBAR over het minimumtarief blijft. 

 

Schijnzelfstandigheid herkennen en voorkomen doe je zo

Om te bepalen of er sprake is van schijnzelfstandigheid kijkt de Belastingdienst altijd naar het totaalbeeld van de situatie. Het is daardoor niet altijd duidelijk welk criterium het zwaarst weegt. Wel is bekend naar welke kenmerken wordt gekeken. In deze artikelen lichten we de belangrijkste toe:

Al met al is goede communicatie de beste manier om schijnzelfstandigheid te voorkomen. De gevolgen zijn voor niemand prettig. Met heldere afspraken tussen zzp’er en opdrachtgever kom je een heel eind.