De Wet VBAR: wat gaat 2026 betekenen voor zzp'ers?
De Wet VBAR ligt op het bordje van de Tweede Kamer. Geserveerd door Demissionair Minister Van Hijum, met de hoop dat die vóór 2026 werkelijkheid wordt. Maar met de kritiek die de Wet VBAR nog steeds ontvangt, en de concurrentie van de Zelfstandigenwet, is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Dus wat gaat er nu eigenlijk in 2026 gebeuren?

Wat is de Wet VBAR?
Werk jij als zzp'er of werk je in loondienst? Voor veruit de meeste mensen is deze vraag een no-brainer. Maar niet voor iedereen. Een deel van de zzp'ers in Nederland (zo'n 250.000 naar schatting) werkt als schijnzelfstandige: ze werken op papier als zzp'er, maar eigenlijk in loondienst. En dat mag niet langer.
Maar waar ligt precies de grens tussen werken als zzp'er en werken in loondienst? Dat is lang niet voor iedereen duidelijk. Het doel van de Wet VBAR is om daar meer duidelijkheid over te geven. VBAR staat dan ook voor 'Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden'.
Waarom is de Wet VBAR in het leven geroepen?
Schijnzelfstandigheid is al jaren een flinke zorg in Nederland. Het onterecht bestempelen van een werknemer als zzp'er zorgt ervoor dat de werknemer geen sociale zekerheid krijgt. Een zzp'er heeft namelijk geen recht op ziektekostenvergoeding, verzekeringen, pensioen en vakantiedagen.
Vooral bij risicosectoren zoals de zorg, personenvervoer en maaltijdbezorging komt schijnzelfstandigheid vaak voor. En ook bij arbeidsmigranten gaat het regelmatig mis, want die kennen vaak de regels rond sociale zekerheid niet.
Om dit tegen te gaan, wordt sinds januari 2025 de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) gehandhaafd. Die wet maakt het mogelijk voor de Belastingdienst om achteraf een samenwerking tussen een organisatie en een werknemer te controleren. Blijkt er daadwerkelijk sprake te zijn van schijnzelfstandigheid, dan kan het zijn dat de werkgever achteraf toch die secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals verzekeringen en pensioen, moet betalen. Vanaf 2026 kan de Belastingdienst daar ook nog een boete bij opleggen.
Van DBA naar VBAR
Maar in de praktijk leidt de DBA vooral tot veel onzekerheid en verwarring. Veel werkgevers en zzp’ers weten niet waar ze aan toe zijn, waardoor veel werkgevers volledig stoppen met het inhuren van zzp'ers. Zelfs als ze nauwelijks tot geen risico lopen.
Daarom kwam voormalig minister Van Gennip met het Wetsvoorstel VBAR: het zusje van de Wet DBA, met als doel om de grens tussen zelfstandig ondernemer en vaste werknemer te verhelderen. Maar het wetsvoorstel kreeg veel kritiek. Volgens de Raad van State was het simpelweg geen goede oplossing voor de problemen op de arbeidsmarkt.
Daarna werd het VBAR-dossier opgepakt door de opvolger van Van Gennip: minister Van Hijum. Die heeft het wetsvoorstel gewijzigd en op 7 juli 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. Hij hoopt dat de Wet VBAR voor 1 januari 2026 realiteit wordt.
Update maart 2026: Minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen heeft aangekondigd dat de Wet VBAR niet wordt ingevoerd. Alleen het onderdeel met het rechtsvermoeden van werknemerschap en het minimumtarief voor zzp’ers worden los verder uitgewerkt. Volgens de huidige plannen komt dat minimumtarief uit op €38 per uur vanaf 2027. De verduidelijking van arbeidsrelaties moet via een nieuw wetsvoorstel plaatsvinden: de Zelfstandigenwet.
Hoe werkt de Wet VBAR?
Om het beste uit te leggen hoe de Wet VBAR precies de grens tussen zzp en loondienst hoopt te verduidelijken, verdelen we het Wetsvoorstel in tweeën:
Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBA)
Dit gedeelte van de wet kijkt naar 10 criteria om te bepalen of het om een juiste samenwerking gaat. 5 van deze criteria toetsen of de opdrachtgever zich gedraagt als 'baas' in plaats van als opdrachtgever (de W-criteria), en de andere 5 criteria kijken naar de zzp'er zelf, en of die werkt als zelfstandige (de Z-criteria).
Voor elk criterium dat op jouw opdracht van toepassing is, krijg je (denkbeeldig) een punt. Je hebt dus W-punten en Z-punten. Zijn er meer W-punten dan Z-punten bij de samenwerking? Dan is er sprake van schijnzelfstandigheid. Zo niet, dan is er niets aan de hand. Dat betekent dat, als er een paar kenmerken van schijnzelfstandigheid in de samenwerking voorkomen, dit niet per se betekent dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. Die kenmerken kunnen gecompenseerd worden met die Z-punten.
De exacte criteria in het wetsvoorstel zijn, voor de W-punten:
- De werkgevende is bevoegd om aanwijzingen en instructies te geven over de wijze waarop de werkende de werkzaamheden moet uitvoeren en de werkende moet deze ook opvolgen (gezagsverhouding).
- De werkgevende heeft de mogelijkheid om de werkzaamheden van de werkende te controleren en is bevoegd om op basis daarvan in te grijpen.
- De werkzaamheden worden verricht binnen het organisatorisch kader van de organisatie van de werkgevende.
- De werkzaamheden hebben een structureel karakter binnen de organisatie (inbedding).
- Werkzaamheden worden zij-aan-zij verricht met werknemers die soortgelijke werkzaamheden verrichten.
En voor de Z-punten:
- De financiële risico’s en resultaten van de werkzaamheden liggen bij de werkende (aansprakelijkheid).
- De werkende zorgt voor een herkenbare en zelfstandige uitvoering van de werkzaamheden.
- De werkende is in het bezit van een specifieke opleiding, werkervaring, kennis of vaardigheden, die in de organisatie van de werkgevende niet structureel aanwezig is.
- Er is sprake van een korte duur van de opdracht en/of een beperkt aantal uren per week.
- Kenmerken die wijzen op ondernemerschap van de werkende (buiten de arbeidsrelatie gelegen) voor soortgelijke werkzaamheden.
Die vijfde is misschien een beetje onduidelijk. In de oude versie van de VBAR (die veel kritiek ontving) waren er niet alleen W-criteria en Z-criteria, maar ook O-criteria (extern ondernemerschap). Die controleren of een zzp'er zich buiten een opdracht om gedraagt als ondernemer. In de nieuwe versie van de VBAR zijn die O-criteria opgenomen in de Z-criteria. Denk daarbij aan het hebben van meerdere opdrachtgevers per jaar, ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, en (echt waar) tijd en geld besteden aan het zoeken naar opdrachten. Grote kans dat je als Lid van Freelance.nl die laatste al kan afvinken!
Rechtsvermoeden (R)
Het tweede gedeelte van de Wet VBAR, Rechtsvermoeden, stelt dat zzp'ers een minimum uurtarief van € 38 zouden moeten verdienen. Verdien je minder dan dat? Dan kun je naar de rechter stappen en claimen dat je als schijnzelfstandige werkt. Dat betekent niet dat je ook gelijk krijgt, maar alleen dat de Belastingdienst de samenwerking gaat onderzoeken op basis van de eerder genoemde criteria.
Het is dus verstandig om voortaan minimaal € 38 per uur te vragen voor je diensten, en voor opdrachtgevers om minimaal € 38 per uur aan te bieden. Let wel op: het minimum uurtarief is gebaseerd op het minimumloon. Dus wanneer het minimumloon stijgt, stijgt ook het minimum uurtarief.
De actuele status van de Wet VBAR
De Wet VBAR ligt sinds 7 juli 2025 officieel bij de Tweede Kamer. Demissionair minister Van Hijum heeft het voorstel ingediend met de ambitie om de wet per 1 januari 2026 in te laten gaan. De Tweede Kamer zal het voorstel bestuderen, bespreken en waar nodig aanpassen. Uiteindelijk stemt de Tweede Kamer over de vraag of de Wet VBAR realiteit wordt.
Sinds het plan voor de Wet VBAR op tafel ligt, zijn er veel hordes naar voren gekomen. De Wet VBAR werd bekritiseerd door de Raad van State, werd gewijzigd, werd nogmaals bekritiseerd, en kreeg concurrentie van een alternatief wetsvoorstel: de Zelfstandigenwet. De komst van het nieuwe Kabinet Jetten, die een sterke voorkeur voor de Zelfstandigenwet heeft, lijkt de genadeslag voor de Wet VBAR te zijn. Als het Kabinet Jetten z'n zin krijgt, wordt de VBAR opgeknipt: Alleen het Rechtsvermoeden wordt ingevoerd, en de rest wordt vervangen door de Zelfstandigenwet.
De Zelfstandigenwet: een beter alternatief?
De Wet VBAR is niet de enige optie: in april dit jaar kreeg de Wet VBAR concurrentie van de Zelfstandigenwet. Een alternatief wetsvoorstel, gepresenteerd door VVD, CDA, D66 en SGP. Zij vinden dat de onrust veroorzaakt door de Wet DBA onaanvaardbaar is, en zijn overtuigd dat Wetsvoorstel VBAR niet het gewenste resultaat zal bereiken.
Er zijn een aantal grote verschillen tussen de Zelfstandigenwet en de Wet VBAR:
| Wet VBAR | Zelfstandigenwet | |
|---|---|---|
| Moment van beoordeling | Achteraf: opdrachtgever bewijst zelfstandigheid | Vooraf: onafhankelijke instantie beslist |
| Rechtszekerheid | Pas achteraf zekerheid bij onderzoek | Voor start van opdracht duidelijkheid voor beiden |
| Minimumtarief | Verplicht minimum € 38 per uur | Geen minimumtarief als criterium |
| Beoordelaar | Opdrachtgever, met controle door Belastingdienst | Onafhankelijke instantie |
| Complexiteit | Complexe criteria, uitvoerbaarheid twijfelachtig | Eenvoudiger, maar nog ongetest in Nederland |
Of de Zelfstandigenwet een beter alternatief is, is nog maar de vraag. Zowel zzp'ers als brancheverenigingen zijn positief over het wetsvoorstel, maar het is nog niet beoordeeld door de Raad van State of Hoge Raad. Momenteel ligt de Zelfstandigenwet bij de Raad van State voor advies, en daarna moet het wetsvoorstel nog langs de Eerste en Tweede kamer.
Waarom moet de VBAR zo nodig vóór 2026 realiteit worden?
Vanzelfsprekend is schijnzelfstandigheid een reëel probleem, en is het terecht dat het moet worden opgelost. Maar waarom moet dat zo nodig vóór 2026? Dat heeft alles te maken met de coronacrisis.
Na de coronacrisis kwam de Europese Unie met het NextGenerationEU-fonds, ofwel het Coronaherstelfonds. Dit fonds keerde flinke subsidies uit aan EU-lidstaten die met concrete plannen voor economisch herstel kwamen. Nederland kwam toendertijd met het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP), en kreeg daarmee een toezegging van maar liefst 5,4 miljard euro. Maar een toezegging betekent niet dat je dat geld ook meteen krijgt.
Dat geld krijgt Nederland namelijk alleen als het zich ook houdt aan de afspraken in het HVP. En één van die afspraken was het aanpakken van schijnzelfstandigheid, vóór 2026. Maar Nederland voldoet nog niet helemaal aan deze afspraak. Onduidelijke regels en onduidelijke handhaving maken dat schijnzelfstandigheid blijft bestaan. Daarom is de Wet VBAR nodig: die moet voor duidelijkheid zorgen en laten zien dat Nederland de problemen écht aanpakt.
Lukt dat dit niet voor 2026? Dan loopt Nederland het risico om 600 miljoen euro uit het coronaherstelfonds mis te lopen.
Hoe kijken politieke partijen naar de Wet VBAR?
Binnen de politiek is vrijwel iedereen het over twee dingen eens: schijnzelfstandigheid moet aangepakt worden, en de Wet DBA zorgt voor teveel onrust in de markt. Maar over het verduidelijken van de regels verschillen de meningen. Dit is hoe de grootste politieke partijen naar zzp-wetgeving kijken:
| Partij | Wet VBAR | Zelfstandigenwet | Wet DBA |
|---|---|---|---|
| VVD | Twijfels over uitvoerbaarheid en impact | Voorstander, mede-indiener | Tegen handhaving, terughoudend |
| NSC | Voor, mede-indiener | Nog geen publiek standpunt | Wil evaluatie en heldere criteria |
| PVV | Tegen extra zzp-regels | Onbekend/geen duidelijk standpunt | Wil afschaffen of sterk afzwakken |
| GL-PvdA | Positief over duidelijkheid via VBAR | Kritisch, twijfels over effectiviteit | Voor handhaving |
| D66 | Voorstander mits uitvoerbaar | Nog geen publiek standpunt | Voor handhaving en doorontwikkeling |
| CDA | Tegen VBAR, voor alternatief | Voorstander, mede-indiener | Voor handhaving |
| SP | Positief, maar wil striktere regels | Kritisch, vindt wet te vrijblijvend | Voor strenge handhaving |
| BBB | Tegen, vindt het te complex voor mkb | Tegen, wil geen extra zzp-regels | Tegen handhaving |
| FVD | Tegen overheidsbemoeienis | Onbekend/geen standpunt | Wil afschaffen |
| ChristenUnie | Voor, maar waakt voor overregulering | Neutraal, afwachtend | Voor handhaving |
| SGP | Tegen VBAR, voor alternatief | Voorstander, mede-indiener | Kritisch op handhaving |
Wat verandert er nu écht in 2026?
Als de Wet VBAR wordt aangenomen, veranderen er een aantal dingen concreet voor zzp'ers en opdrachtgevers:
- De Belastingdienst krijgt een wettelijk toetsingskader met 10 concrete W- en Z-criteria om schijnzelfstandigheid te beoordelen.
- Modelovereenkomsten verliezen hun functie als leidraad of verdedigingsmiddel.
- Er komt een rechtsvermoeden van loondienst bij een tarief onder € 38 per uur.
- Het wordt makkelijker om vooraf te bepalen of een samenwerking op de juiste manier verloopt.
- Er komt minder juridisch grijs gebied op het gebied van handhaving door de Belastingdienst.
Maar de kans dat de VBAR nu nog wordt aangenomen, is sinds de komst van het nieuwe kabinet vrijwel verdwenen. Elke partij in Kabinet Jetten heeft de voorkeur voor het alternatieve wetsvoorstel: De Zelfstandigenwet. Er staat dan ook in het coalitieakkoord van dit kabinet dat ze de Zelfstandigenwet willen invoeren, en alleen het Rechtsvermoeden van de Wet VBAR willen behouden.
Gaat de Wet VBAR voor voldoende duidelijkheid zorgen?
De kans is klein. Het nieuwe Kabinet Jetten is van plan de Zelfstandigenwet in te voeren en de Wet VBAR op te knippen: Rechtsvermoeden (minimum uurtarief) mag blijven, de rest gaat de prullenbak in.
Toch bestaat er een kleine kans dat het minderheidskabinet onvoldoende steun van de oppositie krijgt voor de Zelfstandigenwet, óf concessies doet over de zzp-wetgeving om steun te krijgen op een ander vlak. Daarom blijft het in 2026 nog verstandig om de Wet VBAR in het achterhoofd te houden.
Veelgestelde vragen over de Wet VBAR
Waar staat VBAR voor?
- VBAR staat voor Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden.
Wat is het minimumtarief onder de Wet VBAR?
- Het minimumtarief staat nu op € 38 per uur, maar stijgt mee met het minimumloon.
Wanneer gaat de Wet VBAR in?
- De minister van sociale zaken en werkgelegenheid heeft Wetsvoorstel VBAR op 7 juli naar de Tweede Kamer gestuurd, in de hoop dat deze vanaf 1 januari een feit is. Maar de kans dat de Zelfstandigenwet de Wet VBAR vervangt is groot.
Wat is het verschil tussen de Wet VBAR en de Wet DBA?
- De Wet VBAR is een toevoeging op de Wet DBA. Bedoeld om de complexe regels in de Wet DBA te verduidelijken, en een minimum uurtarief voor zzp'ers te introduceren.


